De uitdagingen die je herkent
“Ik moet eigenlijk nog harder werken, maar ik merk dat ik niet meer kan dan ik nu al doe”
Je zit net in je eerste meeting. Je telefoon trilt. Operations: de boel ligt plat. Daarna sales: die klant dreigt af te haken. Dan HR: we moeten vandaag even schakelen. Je zegt op alles ja. Zoals altijd.
Voor je het weet is de ochtend weg. Je hebt van alles gedaan, maar niets van wat jij moest doen. Dat schuif je naar vanavond, want er is niemand anders bij wie het kan liggen. En dit is geen uitzondering. Dit is hoe het meestal gaat.
“Ik heb goede mensen om me heen. En toch lig ik er alleen wakker van”
02:17. Je ligt wakker van een besluit dat morgen genomen moet worden. Je hebt het overlegd, je hebt de cijfers, je weet wat je gaat zeggen. Alleen sta jij morgen met je naam onder de uitkomst. Niet je MT. Niet de aandeelhouder, die erover beslist maar het niet draagt.
Je kijkt op je telefoon. 05:51. Misschien drie uur geslapen. Beneden zet je koffie. Je partner vraagt je iets. Je hoort het, en het komt niet binnen. En het enige wat je voelt: geen energie. Maar je stapt wel in de auto. Zoals altijd.
“Ik ben er wel, maar eigenlijk ook niet”
Je bent thuis. Er wordt iets tegen je verteld en je knikt op de goede momenten. Maar je bent er maar een kwart bij, want je bent nog aan het malen over werk dat is blijven liggen. Dat gebeurt je tegenwoordig vaker.
Op je werk trouwens ook, in dat gesprek met een MT-lid dat op je antwoord wacht, terwijl je bekend staat om je scherpte. Je loopt overal achter. Je bent leeg. En je hebt nergens de aandacht voor die je zou willen geven.
Dus schiet je op alle fronten tekort. Dat is het woord dat je zelf gebruikt.



